zaterdag 6 maart 2010

Winterrust roest niet

De winterrust begon al eind Oktober. Niet omdat het al zo koud was maar omdat mijn vriend Jan mij uitnodigde om de DAF deze winter bij hem in de schuur te zetten om wat noodzakelijke reparaties en onderhoud te doen.
Nu waren de raamrubbers al lek vanaf het eerste moment dat ik met de DAF in de regen reed, dus was dit het juiste moment om die te vervangen.
Om de ruiten uit de sponning te halen heb je alleen maar een scherp stanly-mes nodig, het is zo gepiept.Een dikke DAF heeft twee stalen kozijnen, één grote die je naar voren plat kunt leggen, voor het unieke cabrio-gevoel, en één met kleine ruitjes, die vast staat op het dashbord. Alles geschroefd met dikke Amerikaanse bouten, dus dat komt altijd weer los. De hele ruitenwisser-toestand moet er af, de dashbord verlichting ook, de twee geinige leeslampjes blijken made in Germany! Was dat wel politiek correct en de begin vijftiger jaren?
De ruiten zijn twee op elkaar geplakte glasplaten, een voorloper van gelaagd glas moet je maar denken. Als de ruiten er uit zijn blijkt de sponning in het grote kozijn in één hoek te zijn doorgeroest. Lekkage geeft schade, dat is duidelijk. Gelukkig heeft club RAl 6014 niet alleen een mig-lasapparaat in de schuur, maar ook een paar mensen die er mee om kunnen gaan.
Maar eerst moet je spullen aanschaffen.Want de doorgesneden rubbers liggen in de afvalcontainer.
Waar haal je rubberen raamprofiel vandaan voor een DAF uit 1956?
Juist, vanaf het internet. Blijkt er iemand uit Hellevoetsluis een handeltje in zulke dingen te hebben. Tot zover is het allemaal makkelijk. Want tussen de rubbers in de zak en de ruiten in de sponning ligt een lange weg van lassen, slijpen, schuren, gronden en verven, en tenslotte de ruiten met rubber in de sponning plaatsen.
Bij een pilsje in de kantine van club RAL 6014 wordt het in de sponning zetten van de ruiten afgedaan met `half uurtje, dan zitten ze alle vier weer in de rubbers`. Ik haal opgelucht adem, want in de schuur van Jan was ik al een hele middag nutteloos bezig geweest om er een ruitje in te krijgen. De beide kozijnen, de zak met rubber en de ruitjes verhuizen dus naar de Maasdijk.
Het is koud in de winter. En koud rubber is hard en stug.

zaterdag 18 juli 2009

Feestrit

Omdat het feest is in Monster, mogen de verstandelijk gehandicapten ook best een verzetje hebben. De sponsor/penningmeester/organisator van de Club RAL 6014 , die ook in het bestuur vanhet thuis voor gehandicapten Westerhonk zit, had dus deze mensen een rit in een groene truck beloofd, zodat de feestweek onvergetelijk zou worden.
En zo kwam het dat ook ik deze middag om half een aankwam bij het clubgebouw van de RAL 6014 in Maasdijk, waar ze al druk met groene auto's bezig waren om een mooie rij te krijgen.Voorop een Jeep Willy's, en dan een DAF, een GMC, weer een DAF, er achter een paar JEEP's, nog een GMC uit 1943 enzovoort, met aan het einde van de colonne een WART LA FRANCE als takelauto, om eventuele uitvallers niet achter te laten maar gewoon op sleeptouw naar de finish te trekken. De start was in het centrum van Monster, wat natuurlijk gezien de feestweek niet de beste keuze bleek. De GMC's hebben nogal een grote draaicircel, en de WART LA FRANCE is daarbij ook nogal breed. Mijn DAF kon er net door, maar daarna moesten er eerst wat geparkeerde auto's worden verwijderd. Het vertrekmoment was daardoor direct een kwartier later.
Ik had, omdat de DAF een vrij hoge instap heeft, en de meeste clienten van deze instelling niet zo lenig zijn dat ze makkelijk omhoog klauteren, een huishoudtrapje meegenomen in de laadbak. Een goed idee, zelfs met trapje was het nog een hele bedoening om Petra, zo heette mijn bijrijdster, in het kuipstoeltje te krijgen. Maar eindelijk was iedereen ingestapt en konden de motoren worden gestart. Dat lukte op een na, de GMC diesel, nota bene de jongste auto in de rij, weigerde te starten. De DAF die er voor stond toverde een zware ketting uit het kastje aan de zijkant en in een paar tellen trok de DAF de weigerende GMC aan, waar, omdat de chauffeur eerst de accu had leeggestart, een enorme zwarte rookwolk bovenuit kwam die de hele straat verduisterde.
Maar we reden. Petra in het kuipstoeltje wist niet wat haar overkwam, al die herrie naast haar uit de vierkante stalen kist waar de motor onder zit. Dubdubdubdub deed de compressor, en plotseling siste keihard het overdrukventiel achter haar stoel om de remlucht op de juiste druk te houden. De takelauto had een sirene aan boord, die om de haverklap werd aangezet, alles wat licht kon geven stond aan en zo gingen we naar Poeldijk, Kwintsheul, Wateringen, maar natuurlijk niet via de kortste weg. Ergens achter Wateringen was een clubgebouw van de gehandicaptenorganisatie, een soort buurtcafe waar we stopten voor de verfrissingen en wat te eten. Pannekoeken, sate of een kroket, en verder cola en sinas. We gingen met onze bijrijders op de foto en op de film, ze waren erg enthousiast vooral toen ze een legergroen t-shirt kado kregen om de rest van de rit ook in de goede kleur gekleed te zijn.Nadat iedereen weer in de auto's waren gehesen, ging de hele colonne nog even op de video en daarna reden we terug naar Monster. Petra zat al in Wateringen te gapen, en eer we op de veilingroute naar Naaldwijk zaten hing ze snurkend over de motorkap.
Ja, uitgaan is vermoeiend! Ze werd weer wakker toen de truck stopte en ze er weer uit moest klimmen. Dat ging boven verwachting weer goed, en daarna konden wij ook weer naar huis terug. Het was een mooie rit met een dankbaar publiek!

vrijdag 19 juni 2009

Papvreters on route (video)

http://www.youtube.com/watch?v=5ZJfYHci9xM

Papvretersrit (4)

Omdat de volgende morgen het zandhappen op het programma stond, en ook omdat de vorige nacht niet al te veel van slapen was gekomen, bovendien door de ruim uitgereikte consumptiebonnen die in rode wijn waren veranderd, kroop ik die nacht al op tijd in de slaapzak. En al snel was ik in dromenland, totdat een hevig geroffel me wakker maakte.Het regende, en niet zo'n klein beetje ook! Hier en daar druppelde het door het zware zeil van de Daf heen, maar met zoveel regen viel het lekken best mee. Neef Nico, in zn sheltertje van acht Euro bij de Gamma, bleef stil liggen. Ik niet, ik moest nodig. Maar ik wilde niet door die stortbui, al was het toiletgebouw heus niet zo ver. Na een half uurtje wachten was er niet veel veranderd en moest ik omzien naar alternatieve oplossingen. De wijnfles, gisteravond nog een glaasje genomen op de mooie avond, stond nog halfvol, dat was zonde. De fles Spa rood stond buiten op het tafeltje, onbereikbaar. Dan maar de broodjes uit de plastic zak gehaald en, en een zucht van verlossing ontsnapte me toen het plastic zakje vol liep. Gelukkig was het goed waterdicht. Zo kon ik er weer een heel poosje tegen en ik kroop gauw in mn slaapzak. Toen ik weer wakker werd kwam dat door neef Nico, die door een overgelopen grondzeiltje ineens een heel koude rug kreeg. Hij grabbelde z'n spullen bij elkaar, smeet de weekendtas in de grote kist achter op zijn blauwe Daf zandwagen en de tent in de grofvuilcontainer en verdween met rokende dieselmotor naar 'sGravenzande.
Het regende nog steeds. Het was klef in de laadbak van de Daf, maar alles was beter dan naar buiten te gaan. Naast me begonnen de buren in te pakken, maar ik bedacht dat ik net zo lang zou blijven liggen totdat het buiten droog was. Toen ik weer wakker werd was het tikken op het zeil opgehouden. Ik had geen raaf of duif bij me, dus klom zelf ik de Daf uit en er stond in tien centimeter water op de parkeerplaats. Zo te zien zou het zandhappen niet door gaan. Om me heen was iedereen al naar huis. De thuisrit kon dus beginnen.
Hoewel we de dag er voor door half Zeeuws Vlaanderen waren getoerd, sloeg ik subiet verkeert af en na een kwartiertje was ik in Belgie.
Toch maar gekeerd en ter hoogte van Groede kwam de dikke Daf waar ik de dag er voor de hele rit achter had gereden, net van het Groene Podium waar het waterhappen had plaatsgevonden. Samen reden we de tunnel door, hij voor, ik achter. Ronkend naar beneden en nog harder ronkend weer omhoog, waar ik hem bij de betaalhokjes kwijtraakte. Tot ziens, collega!
Of mijn voorganger goed is thuisgekomen weet ik niet.
Mijn Daf, bouwjaar 1956, deed geen slag verkeerd en zo kunnen we terugzien op een prachtige, honderd procent geslaagde Papvretersrit!
Jenne de Haan

donderdag 18 juni 2009

Papvretersrit(3)

Het doffe gebrul van een Hercules 5.5 liter motor is met niets te vergelijken. Op- en terugschakelen, bij elke actie produceert de Daf het karakteristieke geluid dat iedere kenner doet watertanden. Wij, neef Nico en ik reden achter de andere dikke Daf in deze rit, en wat is er mooier dan één dikke Daf? Twee natuurlijk! Er waren ook andere merken en modellen, zoals een aantal Jeeps van diverse herkomst, Landrovers, Minerva's, het Belgische broertje van de Landrover, twee Dodge Commanders, één achtcilinder flathead Ford K ambulance, wat Daf's ya126 waarvan één witte U.N. uitvoering en twee vijandige voertuigen, te weten een Deutsche Kúbelwagen uit 1942, compleet met mg 34 machinengewher (2×), en een VW kever uit eveneens 1942, ingericht als artsenauto. De dienstdoende arts, een arrogante Duitse officier met Himmler brilletje reed samen met krankenschwester Helga de hele rit uit. Voorop reed de Generaalsauto, een Plymouth Staffcar, van waaruit de ritorganisator de regie voerde.
We startten op het dorpsplein van Groede, waar we eerst uitgebreid koffie hadden gedronken. Het hele dorp was uitgelopen om de voertuigen te bewonderen. In een wolk van rook en herrie verdwenen we van het gemoedelijke dorpsplein,de smalle dijkjes op die daar door het hele gebied kronkelen. Van het ene dorp naar het andere, soms even de tijd om een consumptiebon in te leveren, reden we een prachtige rit door het Zeeuws-Vlaanderense land. Na de lunch en het bezoek aan de Zorgboerderij reden we door Sluis, alwaar we met drie deelnemers vast kwamen te staan in het drukke weekend-verkeer en de colonne kwijtraakten. Gelukkig was de organisatie daar op bedacht en werden we door twee dames in een Citroen Traction Avant weer naar de groep geloodst. Een flink stuk door Belgie, dat was korter. Met de hele sliert langs de duinen en een stuk Noordzee weer naar Groede, waar de burgemeester zelf het defile afnam. In het verleden had de bezetter in Groede zich flink uitgeleefd en een compleet bunkerdorp gebouwd in het kader van de Atlanticwall. Nu was het een stuk vredelievender en het podium geworden voor verbazend goede muziek en een beste BBQ. Een groot compliment voor de organisatoren, het was geweldig!

maandag 15 juni 2009

Papvretersrit (2)

Nog wat onwennig reden we de pont van Maassluis op die vrijdagmiddag. Het was mooi weer, de raampjes naar beneden zodat de frisse wind door de cabine waaide. Met volle tanks en 150 kilometer voor de boeg reden de twee oude Daf's richting Ouddorp, en verder naar Neeltje Jans, dan naar Goes en dan zou de Westerscheldetunnel in zicht moeten komen.
Toen we Bergen op zoom op twintig kilometer genaderd waren, wisten we dat we verkeerd gereden hadden. Bij Krabbendijke keerden we weer om, en zo werd de afstand Monster-Groede opeens vijftig kilometer meer.
De tunnel was een ervaring, 6600 meter met een leuke helling aan het einde. Terug naar de vierde versnelling was voldoende, gelukkig is het een tweebaanstunnel zodat de rest van het verkeer ons kon passeren.
Daarna was het koers West tot aan ongeveer de Noordzee. Groede is een dorp met nogal nauwe straatjes en veel horeca. En met nauw bedoel ik echt nauw. Direct bij de eerste aanzet om op het dorpsplein, waar alle activiteiten plaats zouden vinden te komen, liepen we al vast in het steegje dat op het plein uitkwam. Uiteindelijk zaten we toch wat later aan een goed glas Zeeuws bier.Het hele plein stond vol met groene auto's, wij kregen een enveloppe met consumptiebonnen en een adres van de camping waar we zouden slapen: Zonneweelde. Ik hoopte dat deze haar naam eer aan zou doen.
Neef Nico verkoos te slapen in een tent die hij die week bij de Gamma had gekocht voor acht Euro, inclusief grondzeil en haringen. Ik maakte in de laadbak van de Daf een riante slaapplaats (dacht ik) door een van broertje geleend veldbed op te zetten. We aten in Restaurant de vijf Weeghen, want koken moet je laten doen door een kok.
Die nacht werd ik wakker om een uur of drie. Het was koud, verrot koud! De slaapzak die ik had meegenomen was van inferieure kwaliteit, honderd procent Chinese nylon, en veel te dun. Gelukkig had ik er twee meegenomen, maar de tweede was ik al weer na een half uur kwijt door de gladde structuur van de stof. Ik werd weer wakker van de kou, en dus weer naar het toiletgebouw in mn onderbroek. Rillend rolde ik me in de twee slaapzakken, maar kwam niet meer in slaap vanwege de twee aluminium zijkanten van het veldbed die aan weerszijden in mn ribben staken. Al vroeg, bij het ochtendgloren, ging ik douchen. Dat was ook anders als thuis, met als bonus de volgende dag een schimmelteen. Maar de dag was begonnen, en om half tien werden de motoren gestart voor de papvretersrit door Zeeuws Vlaanderen.

donderdag 11 juni 2009

papvretersrit

Aan de vooravond van de Groedense papvretersrit loop ik nog even de checklist door. Olie en vet, OK. Benzine:morgenochtend voor de start nog even de rechtse tank volgooien.Slapen: veldbed 2×, slaapzak 2× eventuele opblaasmatras 2×, binnenverlichting, trapje om bij een nachtelijk uitstapje naar het toilet niet de benen te breken, allemaal OK. Gereedschapkist, reserveolie, sleepkabel, OK.
De hele DAF is uitgebezemd, gestofzuigd, op de vloer van de laadbak ligt een restje vaste vloerbedekking, de huif van nieuw manillatouw voorzien, batterijen voor de walkie talkie opgeladen, groene overalls gewassen, kortom, de rit kan beginnen.
Neef Nico heeft ongetwijfeld het zelfde gedaan bij zijn Daf, een kieper met kraan uit begin zeventiger jaren. Iets minder Spartaans als de militaire Dikke DAF YA328, maar ook met dubbelclutch en tussengas bij het terugschakelen. Diesel, dat wel.
Morgen om twaalf uur gaan we met de twee DAF's naar Groede. Bijna niemand weet waar het ligt, en als ze horen dat het in Zeeuws-Vlaanderen ligt weten ze niet hoe ze er moeten komen. Voor velen vaart het veer Vlissingen-Perkpolder nog gewoon, of men denkt dat je over Antwerpen moet rijden om daar te komen.
Maar wij gaan eerst met de pont bij Maassluis naar Rozenburg, daarna over de koppen van de eilanden naar Zeeland, de Zeelandbrug over, dan naar Goes, de snelweg op naar de tunnel onder de Westerschelde.Dat wordt nog spannend, de Daf van Nico komt niet boven de vijfenzeventig kilometer per uur, en dat wordt snel minder als de helling wat stijl wordt. Niet dat de YA 328 het beter doet, ook dat wordt terug naar vier en misschien nog wel naar drie in het laatste stukje van de tunnel.
De routeplanner berekend dat de afstand 151 kilometer is, te doen in twee uur en twintig minuten. Dat zal wel iets meer worden, net zoals het aangeven
benzineverbruik van 21,17 liter euro loodvrij.
Als het weer mee zit en er zeker geen regen gaat vallen, kan de kap van de cabine en kan je bruin worden tijdens het rijden.
We staan klaar, en hopen op een fraai weekend.