Korporaal der eerste klasse de Groot had een stok. Het was een stuk bezemsteel van zestig centimeter, makkelijk in de hand en goed te hanteren in de cabine van de YA 328 . Hij gebruikte die stok om de soldaten die rijles van hem hadden het schakelen bij te brengen. Als hij, na een dag of wat intensief les in het op- en terugschakelen nog een tandwiel hoorde knarsen, sloeg hij. Eerst op de motorkap naast je, die was van dik plaatijzer en dat gaf dan een flinke dreun. Wanneer je dan weer misschakelde, of te weinig tussengas gaf, sloeg hij op je helm. Want natuurlijk had je, dat was verplicht, een helm op je hoofd. Meestal alleen de binnenhelm, maar als iemand van het peleton op het appel kwam en per ongeluk zijn buitenhelm er nog aan had zitten, reed iedereen die week met binnen-en buitenhelm op. De hele dag. Want ook achterin, als je mee reed omdat je maat aan de beurt was, moest je ook de helm op houden.
Soms sloeg hij mis en dan raakte hij je schouder of je arm. Waag het niet om te klagen, want ik maak je helemaal af, riep hij dan. We wisten dat hij dat kon. Dus leerde je heel snel de versnellingspook achter je rug zonder kraken te gebruiken. Na een week of zes mocht ik afrijden. Een stukje door de stad, Amersfoort in dit geval, een stukje over de provinciale weg die in het begin zo vreselijk smal leek, richting Hazewater, het befaamde oefenterrein achter de Huzarenkazerne en dan een stukje over de hei. Dat was altijd het mooiste, vooral de speciaal voor de tanks aangelegde heuvels in volle vaart proberen te nemen, en dan net voor de top terug schakelen. Hoewel ik voor mijn gevoel slecht reed die middag, was ik toch geslaagd. Het was direct het einde van het rijden, iedereen die geslaagd was werd smorgens na het appel naar een immens groot parkeerterrein in aanleg gebracht om met een grote moker puin in kleinere stukken te kloppen. Het rijden wat je deed was met een legergroene bakwagen het fijngeklopte puin over de parkeerplaats verdelen.. Korporaal de Groot zag ik niet meer, die was bezig met nieuwe chauffeurs de basiskennis van de dikke Daf bij te brengen.
woensdag 28 januari 2009
maandag 19 januari 2009
http://video.google.com/videoplay?docid=555227002728172591
DAF aan het werk, klik op bovenstaande link.
DAF aan het werk, klik op bovenstaande link.
zondag 18 januari 2009
Eerste oefening
Het geweer dat ik in mijn handen gedrukt kreeg stamde nog uit de eerste wereldoorlog. Het was een lang ding, met een draagband er aan zodat je hem over je schouder kon dragen.Het meest opvallende was de lange puntige bajonet, die aan het einde van de loop op het wapen geklikt zat. Het was een oefenwapen.Voor schieten was het ding al lang afgekeurd, als er al nog munitie voor beschikbaar was.
Maar voor het oefenen van man tegen man gevechten was het nog uitermate goed geschikt.
Dat vond de sergeant teminste.Wij, een groepje dienstplichtige soldaten hadden nog niet zo'n goed idee wat hij daarmee bedoelde.
We waren nog niet zo lang geleden van thuis opgeroepen om ons te melden op een kazerne. Nu we er een poosje logeerden waren we het gewend geraakt dat je met een stel wildvreemden op één kamer moest slapen, en dat anderen, die soms te herkennen waren aan een hun strepen op hun arm, soms aan hun mooie pet maar altijd aan hun grote smoel, jou dingen lieten doen die je nog nooit zelf had bedacht.
Dus stonden we met z'n tienen op een rij voor de sergeant. Die had ons de voorgaande weken leren marcheren, exerceren en schieten met een echt geweer.We moesten van hem in het bos leren kruipen en nu ging hij ons voordoen hoe je tegen de vijand moest optreden.
Thuis hoefde ik nooit tegen iemand op te treden. Mijn zusjes waren best aardig, ik had een heel stel goede vrienden waarmee ik goed kon opschieten en de laatste keer dat ik ruzie had met een buurjongen kwam zijn moeder er bij en joeg hem naar binnen."En laat ik het niet merken dat jullie nog eens ruzie maken", zei ze nog voordat ze ook het huis in liep.
We hadden elk zo'n oud geweer gekregen en stonden in ruststand, zo heet dat daar, te wachten op het veldje achter de kazerne tot de sergeant het ons uit ging leggen. Het veldje had een paar kunstmatig aangelegde heuveltjes, die waren gemaakt om soldaten er op en er af te laten hollen of kruipen, net waar de sergeant zin in had.
Wij moesten het heuveltje op rennen, met het geweer recht voor ons uit. Veiligheidshalve liepen we alle tien naast elkaar, zodat er niemand gewond kon raken als er soms iemand de schijn voor de werkelijkheid verwarde.
Toen we boven aangekomen waren stond er onderaan de heuvel een pop van stro. Deze vogelverschrikker was aangekleed met een oud militair uniform, en ze hadden een helm op zijn hoofd gezet. Wij waren er niet erg bang voor, hij leek een beetje op die jongen van het derde peleton, die was ook zo dik met van die korte beentjes.
De segeant riep dat hij ons voor ging doen wat er van ons verwacht werd. Hij hield het geweer schuin vast met de bajonet naar boven, snoof heldhaftig en brulde toen iets van auwgggghhh en rende in volle galop de heuvel af, naar de arme vogelverschrikker. Daar aangekomen brulde hij weer zijn strijdkreet, en ramde de punt van de bajonet in het tuniekjasje van de stropop. Hij zette zijn voet tegen de pop, trok het geweer terug en sloeg onderwaards met de kolf van het geweer tussen de beentjes van de pop. Daarna draaide hij zich triomfantelijk om en riep: "nou jullie".
We moesten het één voor één ook doen.
Toen ik naar beneden rende moest het over. Ik had niet gebruld. Zelf denk ik niet dat mijn brul de vijand bang zou maken, maar de sergeant vond het bij de tweede keer toch voldoende. De ren naar beneden was makkelijk, maar toen ik de pop zo van dichtbij zag moest ik vreselijk lachen. Het was ook geen gezicht, want er waren er al een stuk of zeven voor geweest en het jasje was total loss, het stro kwam er aam alle kanten uit en de kop was met helm en al weggerold. Ik riep boeh en rende door zonder te steken. De sergeant was hierover niet te spreken.
Diezelde middag nog moest ik bij de luitenant komen.
De luitenant had een mooiere pet dan de sergeant, en mocht bovendien tegen de majoor praten tijdens het appél. Tegen mij was hij niet vriendelijk.
Het werd strafcorvéé omdat ik niet oplette tijden de les. Met nog een stel gestraften moesten we het exercitieterrein aanvegen, een hele week lang. Gelukkig was het geen herfst.
De volgende week werd ik overgeplaatst naar de chauffeursopleiding. Mijn militaire carriere was abrupt afgebroken.
Bij de chauffeurs kregen we een pistool. Daar paste hoe dan ook geen bajonet op.
dpl. sld J++
Maar voor het oefenen van man tegen man gevechten was het nog uitermate goed geschikt.
Dat vond de sergeant teminste.Wij, een groepje dienstplichtige soldaten hadden nog niet zo'n goed idee wat hij daarmee bedoelde.
We waren nog niet zo lang geleden van thuis opgeroepen om ons te melden op een kazerne. Nu we er een poosje logeerden waren we het gewend geraakt dat je met een stel wildvreemden op één kamer moest slapen, en dat anderen, die soms te herkennen waren aan een hun strepen op hun arm, soms aan hun mooie pet maar altijd aan hun grote smoel, jou dingen lieten doen die je nog nooit zelf had bedacht.
Dus stonden we met z'n tienen op een rij voor de sergeant. Die had ons de voorgaande weken leren marcheren, exerceren en schieten met een echt geweer.We moesten van hem in het bos leren kruipen en nu ging hij ons voordoen hoe je tegen de vijand moest optreden.
Thuis hoefde ik nooit tegen iemand op te treden. Mijn zusjes waren best aardig, ik had een heel stel goede vrienden waarmee ik goed kon opschieten en de laatste keer dat ik ruzie had met een buurjongen kwam zijn moeder er bij en joeg hem naar binnen."En laat ik het niet merken dat jullie nog eens ruzie maken", zei ze nog voordat ze ook het huis in liep.
We hadden elk zo'n oud geweer gekregen en stonden in ruststand, zo heet dat daar, te wachten op het veldje achter de kazerne tot de sergeant het ons uit ging leggen. Het veldje had een paar kunstmatig aangelegde heuveltjes, die waren gemaakt om soldaten er op en er af te laten hollen of kruipen, net waar de sergeant zin in had.
Wij moesten het heuveltje op rennen, met het geweer recht voor ons uit. Veiligheidshalve liepen we alle tien naast elkaar, zodat er niemand gewond kon raken als er soms iemand de schijn voor de werkelijkheid verwarde.
Toen we boven aangekomen waren stond er onderaan de heuvel een pop van stro. Deze vogelverschrikker was aangekleed met een oud militair uniform, en ze hadden een helm op zijn hoofd gezet. Wij waren er niet erg bang voor, hij leek een beetje op die jongen van het derde peleton, die was ook zo dik met van die korte beentjes.
De segeant riep dat hij ons voor ging doen wat er van ons verwacht werd. Hij hield het geweer schuin vast met de bajonet naar boven, snoof heldhaftig en brulde toen iets van auwgggghhh en rende in volle galop de heuvel af, naar de arme vogelverschrikker. Daar aangekomen brulde hij weer zijn strijdkreet, en ramde de punt van de bajonet in het tuniekjasje van de stropop. Hij zette zijn voet tegen de pop, trok het geweer terug en sloeg onderwaards met de kolf van het geweer tussen de beentjes van de pop. Daarna draaide hij zich triomfantelijk om en riep: "nou jullie".
We moesten het één voor één ook doen.
Toen ik naar beneden rende moest het over. Ik had niet gebruld. Zelf denk ik niet dat mijn brul de vijand bang zou maken, maar de sergeant vond het bij de tweede keer toch voldoende. De ren naar beneden was makkelijk, maar toen ik de pop zo van dichtbij zag moest ik vreselijk lachen. Het was ook geen gezicht, want er waren er al een stuk of zeven voor geweest en het jasje was total loss, het stro kwam er aam alle kanten uit en de kop was met helm en al weggerold. Ik riep boeh en rende door zonder te steken. De sergeant was hierover niet te spreken.
Diezelde middag nog moest ik bij de luitenant komen.
De luitenant had een mooiere pet dan de sergeant, en mocht bovendien tegen de majoor praten tijdens het appél. Tegen mij was hij niet vriendelijk.
Het werd strafcorvéé omdat ik niet oplette tijden de les. Met nog een stel gestraften moesten we het exercitieterrein aanvegen, een hele week lang. Gelukkig was het geen herfst.
De volgende week werd ik overgeplaatst naar de chauffeursopleiding. Mijn militaire carriere was abrupt afgebroken.
Bij de chauffeurs kregen we een pistool. Daar paste hoe dan ook geen bajonet op.
dpl. sld J++
zaterdag 17 januari 2009
Regiment der Geneeskundige Troepen
Wilhelmus van Nassauwe
Ik sta met nog tachtig andere soldaten opgesteld op het voorterrein van de Lodewijk-kazerne Bij elkaar zijn we de E-compagnie. Wij staan daar omdat vandaag de reserve-officiren beëdigd worden Het is gelukkig mooi weer,voor het zelfde geld sta je drie uur in de regen.Rechts van ons staat de D-compagnie en links staat de F-compagnie opgesteld.
Altijd vervelend, zo'n beëdiging. Eerst moet je alles poetsen tot je er gestoord van word, het uniform dient geperst en geplooid te zijn en de schoenen diepglanzend uitgewreven. Als je klaar bent krijg je controle. Dat heet hier inspectie. De pelotonssergeant komt samen met de dienstdoende luitenant de boel afzeiken. Want het is heus de eerste keer niet goed. Nooit. Daarom doe je ook niet veel aan poetsen tot ze geweest zijn. Later komen ze terug. Dan word het link als je er nog te weinig aan hebt gedaan.Vandaag is het levensgevaarlijk , want de eerste luitenant van den Bosch heeft vandaag peletonsdienst.
Die van den Bosch is een etterbak. Zijn babyoogjes schitteren van genoegen als hij je kan naaien.Hij staat nu voor de compagnie naast de kolonel.Zijn roze wangetjes glimmen in de zon.En hij staat stram in de houding. Want beëdigd moet er worden, vandaag.
Ben ick van Duitsche bloed
Op zo'n beëdiging komen altijd veel burgers. Die zie je anders nooit op de kazerne.Behalve de blijde ouders van de toekomstige reserve-officier komt ook meestal wel zijn vriendin.Ook helemaal opgepoetst natuurlijk. Soms zijn het prachtige stukken met alles er op en er aan. Maar je moet er niet te nadrukkelijk naar kijken. De luitenant van den Bosch houd nauwlettend in de gaten of je niet naar zo'n mooi stuk knipoogt of zo.Als hij dat ziet ben je echt de lul. Een weekend licht arrest op zijn minst.Hij weet altijd wel een stok te vinden om je te slaan. Daarom doe je net alsof je niets ziet. Ondertussen gaan de voorbereidingen tot de beëdiging gewoon verder. De kolonel gaat nu voor de luitenant staan en ze gaan iets zeggen tegen elkaar. Daarna salueren ze allebei, en de laagste in rang doet een rechtsomkeert en twee passen voorwaarts. Dat is een soort toneelstukje wat aangeeft dat er iets gaat gebeuren. En inderdaad, de tweede luitenant van den Bosch gaat de compagnie inspecteren. Dat heeft hij een uur geleden binnen ook al gedaan, maar nu is het officieel. Hij komt dan voor je staan en kijkt of al je knopen wel vastzitten of zoiets. Ik probeer hem niet aan te kijken . Ik kijk naar een boomtak van een grote iep die hier op het voorterrein staat.Ik zie het gezicht van Francien in de boomtop. Dat is heel wat aangenamer dan die roze kop van van den Bosch. Francien heb ik zaterdag nog gezien toen ik met verlof was. Wat een heerlijke meid is die Francien. Oh, was het maar alvast weer zaterdag. Na Francien wordt het leven nooit meer hetzelfde. ## ############# ## ########,###### ####### ####################################### ####################[censuur] Met nagenoeg geen geld toch een fantastische zaterdagavond gehad.We gingen op de fiets naar Scheveningen, maar je weet hoe dat gaat .Nooit aangekomen.Want de natuur in de duinen is toch zo mooi in de zomer.Wat je tussen het helmgras allemaal niet beleven kan! En het volgende weekend gaan we oppassen.Dat is het mooiste wat een armlastige militair kan overkomen. Gratis onderdak,koffie, bier, en dat alles in aangenaam gezelschap.Maar dan moet ik wel uitkijken dat ik geen douw krijg van luitenant Babyface.Dus nu vooral niet iets laten blijken van mijn weerzin . Daar is hij. Ik glimlach, tenminste, ik hoop dat v.d.B. dat denkt. En ja hoor, hij loopt door. Weer een hindernis naar een geweldig weekend genomen.
Den vaderland getrouwe
Als van den Bosch ze allemaal gezien heeft marcheert hij naar de pelotonssergeant Peters. Ze gaan tegenover elkaar staan en doen weer een toneelstukje. Nu moet Peters rechtsomkeert maken en twee passen voorwaarts. Ook Peters gaat nu voor de compagnie staan . Dan gaat het spektakel beginnen. Geeeef acht!!!, schreeuwt de luitenant van den Bosch met zijn hoge stemmetje Iedereen klapt in de houding.Preeeeesenteer ...
geweer!!! Maar wij hebben geen geweer. Wij hebben een pistool. En dan moet je daar hard met je hand op slaan, en met je andere hand salueren. Ik weet nog steeds niet waarom, maar dat moet. Dus doen we dat ook. De F-compagnie heeft wel een geweer. Zij staan ook in de zon. Ze houden nu allemaal hun geweer voor hun gezicht, met de kolf naar beneden Ze zullen het wel warm krijgen, met dat zware ding in de hete zon. Wij staan lekker in de schaduw van de iepen.Nu gaat de kolonel een verhaaltje afsteken, over de eer van de militair, over de trouw aan de koningin en het belang van het vaderland. Daarna gaat hij de eed afnemen. Er zijn er heel wat deze keer. Ze staan op het middenterrein en aan de zijkant zitten de genodigden. Als ik mijn hoofd een beetje draai kan ik de meeste van de genodigden zien zitten De moeders herken je aan de zondagse jurk en de trotse blik . Mijn zoon is vandaag officier geworden!!!Nou ja, als je er maar lol aan beleeft. Interessanter zijn de vriendinnen.Niet dat je er wat aan hebt, want ze zijn al lang weg voordat wij afgemarcheerd zijn , en ik moet uitkijken dat van den Bosch niet ziet dat ik er naar kijk, want ik wil wel naar huis deze week.
Blijf ick tot in den doet
Zet aaaaaaaaf geweeeeeeeer!!!. De marteling is weer voorbij.Nu gaat de blaaskapel van de huzaren weer een deuntje spelen.Ze spelen altijd hetzelfde, ik denk dat ze maar een paar nummertjes kennen.Wij van de Geneeskundige Troepen hebben helemaal geen muziekanten meer. Toen ik opkwam hadden ze nog een paar hoornblazers die elke ochtend het reveil kwamen toeteren. Klokslag zes uur. Soms moesten ze rennen voor hun leven, want ze kregen alles wat los lag naar hun hoofd gegooid.Na een poosje kwamen ze niet meer. Tegenwoordig komt de sergeant van de week persoonlijk roepen dat je er uit moet.
De muziek is al weer klaar. Nu gaan de afgevaardigden van de blijde ouders nog wat zeggen. Dat kan soms lelijk uitlopen. Soms krijgt zo'n oude maniak het woord en lult dan een half uur lang over vaderlandsliefde en zo.Het vaderland liefhebben op zich is geen probleem. Maar dan moeten ze eerst eens beter gaan betalen. Want ik krijg slechts een gulden en vijfentwintig cent per dag om mijn liefde aan het vaderland waar te maken.En dat is erg weinig.
Een beetje weekend stop je niet met vijftien gulden. Daarom moet ik als ik met verlof ben altijd werken. Want dat is de enige manier om het hoofd boven water te houden. En bedelen. Eerst een knaak bij mijn moeder, dan een bij mijn vader, en vervolgens langs opa, goed voor vijf gulden en een pakje sigaretten. Want opa heeft ook in dienst gezeten en weet nog wat het is om zonder geld te zitten.
Op de plaaaaaats..... rust. Eindelijk. Nog even, de nieuwe officieren gaan met hun familie en aanhang nu naar de officiersmess. Eerst uitgebreid feliciteren, wat eten en daarna zuipen.Eer het vanavond tien uur is zijn ze allemaal dronken, en niet zo'n beetje ook. De sergeant Peters begint opeens als een opwindspeeltje naar voren te lopen. Hij draait zich om en roept: Luisssssstereeeeeen !!! Afmars naar de kantine voor een versnapering op rijkskosten!!!
Het is weer afgelopen. Geeeef acht, schouder geweer, voooooorwaaaarts marrrrrres. En vanavond de stad in.. Gaan wij er toch ook een leuke avond van maken!!
Juli 1961
dpl. sld tweede klasse Jenne de Haan, rg.nr. 41.10.09.141
Ik sta met nog tachtig andere soldaten opgesteld op het voorterrein van de Lodewijk-kazerne Bij elkaar zijn we de E-compagnie. Wij staan daar omdat vandaag de reserve-officiren beëdigd worden Het is gelukkig mooi weer,voor het zelfde geld sta je drie uur in de regen.Rechts van ons staat de D-compagnie en links staat de F-compagnie opgesteld.
Altijd vervelend, zo'n beëdiging. Eerst moet je alles poetsen tot je er gestoord van word, het uniform dient geperst en geplooid te zijn en de schoenen diepglanzend uitgewreven. Als je klaar bent krijg je controle. Dat heet hier inspectie. De pelotonssergeant komt samen met de dienstdoende luitenant de boel afzeiken. Want het is heus de eerste keer niet goed. Nooit. Daarom doe je ook niet veel aan poetsen tot ze geweest zijn. Later komen ze terug. Dan word het link als je er nog te weinig aan hebt gedaan.Vandaag is het levensgevaarlijk , want de eerste luitenant van den Bosch heeft vandaag peletonsdienst.
Die van den Bosch is een etterbak. Zijn babyoogjes schitteren van genoegen als hij je kan naaien.Hij staat nu voor de compagnie naast de kolonel.Zijn roze wangetjes glimmen in de zon.En hij staat stram in de houding. Want beëdigd moet er worden, vandaag.
Ben ick van Duitsche bloed
Op zo'n beëdiging komen altijd veel burgers. Die zie je anders nooit op de kazerne.Behalve de blijde ouders van de toekomstige reserve-officier komt ook meestal wel zijn vriendin.Ook helemaal opgepoetst natuurlijk. Soms zijn het prachtige stukken met alles er op en er aan. Maar je moet er niet te nadrukkelijk naar kijken. De luitenant van den Bosch houd nauwlettend in de gaten of je niet naar zo'n mooi stuk knipoogt of zo.Als hij dat ziet ben je echt de lul. Een weekend licht arrest op zijn minst.Hij weet altijd wel een stok te vinden om je te slaan. Daarom doe je net alsof je niets ziet. Ondertussen gaan de voorbereidingen tot de beëdiging gewoon verder. De kolonel gaat nu voor de luitenant staan en ze gaan iets zeggen tegen elkaar. Daarna salueren ze allebei, en de laagste in rang doet een rechtsomkeert en twee passen voorwaarts. Dat is een soort toneelstukje wat aangeeft dat er iets gaat gebeuren. En inderdaad, de tweede luitenant van den Bosch gaat de compagnie inspecteren. Dat heeft hij een uur geleden binnen ook al gedaan, maar nu is het officieel. Hij komt dan voor je staan en kijkt of al je knopen wel vastzitten of zoiets. Ik probeer hem niet aan te kijken . Ik kijk naar een boomtak van een grote iep die hier op het voorterrein staat.Ik zie het gezicht van Francien in de boomtop. Dat is heel wat aangenamer dan die roze kop van van den Bosch. Francien heb ik zaterdag nog gezien toen ik met verlof was. Wat een heerlijke meid is die Francien. Oh, was het maar alvast weer zaterdag. Na Francien wordt het leven nooit meer hetzelfde. ## ############# ## ########,###### ####### ####################################### ####################[censuur] Met nagenoeg geen geld toch een fantastische zaterdagavond gehad.We gingen op de fiets naar Scheveningen, maar je weet hoe dat gaat .Nooit aangekomen.Want de natuur in de duinen is toch zo mooi in de zomer.Wat je tussen het helmgras allemaal niet beleven kan! En het volgende weekend gaan we oppassen.Dat is het mooiste wat een armlastige militair kan overkomen. Gratis onderdak,koffie, bier, en dat alles in aangenaam gezelschap.Maar dan moet ik wel uitkijken dat ik geen douw krijg van luitenant Babyface.Dus nu vooral niet iets laten blijken van mijn weerzin . Daar is hij. Ik glimlach, tenminste, ik hoop dat v.d.B. dat denkt. En ja hoor, hij loopt door. Weer een hindernis naar een geweldig weekend genomen.
Den vaderland getrouwe
Als van den Bosch ze allemaal gezien heeft marcheert hij naar de pelotonssergeant Peters. Ze gaan tegenover elkaar staan en doen weer een toneelstukje. Nu moet Peters rechtsomkeert maken en twee passen voorwaarts. Ook Peters gaat nu voor de compagnie staan . Dan gaat het spektakel beginnen. Geeeef acht!!!, schreeuwt de luitenant van den Bosch met zijn hoge stemmetje Iedereen klapt in de houding.Preeeeesenteer ...
geweer!!! Maar wij hebben geen geweer. Wij hebben een pistool. En dan moet je daar hard met je hand op slaan, en met je andere hand salueren. Ik weet nog steeds niet waarom, maar dat moet. Dus doen we dat ook. De F-compagnie heeft wel een geweer. Zij staan ook in de zon. Ze houden nu allemaal hun geweer voor hun gezicht, met de kolf naar beneden Ze zullen het wel warm krijgen, met dat zware ding in de hete zon. Wij staan lekker in de schaduw van de iepen.Nu gaat de kolonel een verhaaltje afsteken, over de eer van de militair, over de trouw aan de koningin en het belang van het vaderland. Daarna gaat hij de eed afnemen. Er zijn er heel wat deze keer. Ze staan op het middenterrein en aan de zijkant zitten de genodigden. Als ik mijn hoofd een beetje draai kan ik de meeste van de genodigden zien zitten De moeders herken je aan de zondagse jurk en de trotse blik . Mijn zoon is vandaag officier geworden!!!Nou ja, als je er maar lol aan beleeft. Interessanter zijn de vriendinnen.Niet dat je er wat aan hebt, want ze zijn al lang weg voordat wij afgemarcheerd zijn , en ik moet uitkijken dat van den Bosch niet ziet dat ik er naar kijk, want ik wil wel naar huis deze week.
Blijf ick tot in den doet
Zet aaaaaaaaf geweeeeeeeer!!!. De marteling is weer voorbij.Nu gaat de blaaskapel van de huzaren weer een deuntje spelen.Ze spelen altijd hetzelfde, ik denk dat ze maar een paar nummertjes kennen.Wij van de Geneeskundige Troepen hebben helemaal geen muziekanten meer. Toen ik opkwam hadden ze nog een paar hoornblazers die elke ochtend het reveil kwamen toeteren. Klokslag zes uur. Soms moesten ze rennen voor hun leven, want ze kregen alles wat los lag naar hun hoofd gegooid.Na een poosje kwamen ze niet meer. Tegenwoordig komt de sergeant van de week persoonlijk roepen dat je er uit moet.
De muziek is al weer klaar. Nu gaan de afgevaardigden van de blijde ouders nog wat zeggen. Dat kan soms lelijk uitlopen. Soms krijgt zo'n oude maniak het woord en lult dan een half uur lang over vaderlandsliefde en zo.Het vaderland liefhebben op zich is geen probleem. Maar dan moeten ze eerst eens beter gaan betalen. Want ik krijg slechts een gulden en vijfentwintig cent per dag om mijn liefde aan het vaderland waar te maken.En dat is erg weinig.
Een beetje weekend stop je niet met vijftien gulden. Daarom moet ik als ik met verlof ben altijd werken. Want dat is de enige manier om het hoofd boven water te houden. En bedelen. Eerst een knaak bij mijn moeder, dan een bij mijn vader, en vervolgens langs opa, goed voor vijf gulden en een pakje sigaretten. Want opa heeft ook in dienst gezeten en weet nog wat het is om zonder geld te zitten.
Op de plaaaaaats..... rust. Eindelijk. Nog even, de nieuwe officieren gaan met hun familie en aanhang nu naar de officiersmess. Eerst uitgebreid feliciteren, wat eten en daarna zuipen.Eer het vanavond tien uur is zijn ze allemaal dronken, en niet zo'n beetje ook. De sergeant Peters begint opeens als een opwindspeeltje naar voren te lopen. Hij draait zich om en roept: Luisssssstereeeeeen !!! Afmars naar de kantine voor een versnapering op rijkskosten!!!
Het is weer afgelopen. Geeeef acht, schouder geweer, voooooorwaaaarts marrrrrres. En vanavond de stad in.. Gaan wij er toch ook een leuke avond van maken!!
Juli 1961
dpl. sld tweede klasse Jenne de Haan, rg.nr. 41.10.09.141
Regiment de Geneeskundige Troepen
De E-compagnie van het Regiment der Geneeskundige Troepen was gelegerd op de Juliana van Stolberg kazerne te Amersfoort. Het was een opleidingskazerne, iedere twee maanden kwam er een nieuwe lichting verse recruten vanaf het station lopen naarhet negentiende eeuwse gebouw met het grote voorterrein. In de Oostelijke vleugel lagen de verse soldaten voor hun basisopleiding, in de Westelijke lagen de vervolgopleidingen zoals de gewondenverzorgers en de ziekenbroeders. De zuidelijke vleugel werd bewoond door de kaderschool en de chauffeur -opleiding. Het was het domein van kapitein Schulte.
Achter de slaapzalen van elk dertig bedden was het grote parkeerterrein. Daar stonden de Jeep Nekaf's, de DAF YA 126 , de DAF YA 314 en de DAF YA328 in rijen opgesteld, de neuzen netjes in lijn.En elke morgen , vijf dagen per week, twee maanden lang, waren daar ook de rij-instructeurs. Ze gaven les, pleegden onderhoud aan hun voertuig en dronken vooral koffie in de korporaalskantine. Korporaal de Groot was éé van hen.. Hij was de rij-instructeur op de Daf YA 328, de dikke Daf.
Korporaal eerste klas de Groot was een lange man van een jaar of vijfenveertig, die niet uit roeping rij-instructeur was geworden. Wij wisten niet waarom hij geen promotie had gemaakt, hij had op die leeftijd toch minstens sergeant eerste klas, of misschien wel sergeant majoor moeten zijn, maar om de één of andere reden was dat nooit gelukt. Hij reageerde zijn frustraties af op zijn vrouw en vooral op zijn leerlingen.En één van hen was ik.
Wordt vervolgd
Achter de slaapzalen van elk dertig bedden was het grote parkeerterrein. Daar stonden de Jeep Nekaf's, de DAF YA 126 , de DAF YA 314 en de DAF YA328 in rijen opgesteld, de neuzen netjes in lijn.En elke morgen , vijf dagen per week, twee maanden lang, waren daar ook de rij-instructeurs. Ze gaven les, pleegden onderhoud aan hun voertuig en dronken vooral koffie in de korporaalskantine. Korporaal de Groot was éé van hen.. Hij was de rij-instructeur op de Daf YA 328, de dikke Daf.
Korporaal eerste klas de Groot was een lange man van een jaar of vijfenveertig, die niet uit roeping rij-instructeur was geworden. Wij wisten niet waarom hij geen promotie had gemaakt, hij had op die leeftijd toch minstens sergeant eerste klas, of misschien wel sergeant majoor moeten zijn, maar om de één of andere reden was dat nooit gelukt. Hij reageerde zijn frustraties af op zijn vrouw en vooral op zijn leerlingen.En één van hen was ik.
Wordt vervolgd
Vrijdag, 16 januari 2009 om 22:08
Nu het voertuig rijvaardig was werd het tijd voor wat nuttige arbeid. Er stond een rijtje van zes peren-en appelenbomen van zo'n veertig jaar oud langs de slootkant, en vanwege de afgenomen productie, het onderhoud aan de sloot, de zwerm groene papagaaien die al twee jaar de oogst die er nog aan zat vernielden, en bovendien de aandrang om de lier eens te proberen, kortom, het werd tijd om de veel geroemde trekkracht van de lier eens uit te proberen. Nu staan bomen in de grond met onder de oppervlakte een wortelgestel dat vergelijkbaar is met wat er boven de grond aan takken op staat. De eerste appelboom die werd aangekoppeld aan de lier ging dan wel plat tegen de grond, maar bleef rotsvast aan de aarde vast zitten. Dan maar even niet lieren, en in de eerste versnelling lage gearing trekken. Met een knal schoot de ingevlochten verbinding tussen de trekhaak en de staalkabel los. Het rafelige eind hing doelloos uit de muil, zoals het handboek DAF YA328 het meer op een anus gelijkende gat noemt. Goede raad was niet duur, ergens in een bakje van de voorraadkast wist ik nog een aantal groot formaat staaldraadklemmen te liggen en dat leek me beter dan het opnieuw invlechten van de zeven dikke aders van de staaldraad. Vier keurig passende kiezen, zoals mijn zeevarende broer de dingen noemde, waren ruim voldoende om alles op zijn plaats te houden. Bovendien pastte ze ruim door het ronde gat , de muil dus, zonder obstructie of haperingen. De volgende boom werd voor alle zekerheid eerst wat van de zichtbare dikke wortels ontdaan en daarna kwam hij er uit als een zere kies bij een ouderwetse tandarts.Wordt vervolgd.
J++
Nu het voertuig rijvaardig was werd het tijd voor wat nuttige arbeid. Er stond een rijtje van zes peren-en appelenbomen van zo'n veertig jaar oud langs de slootkant, en vanwege de afgenomen productie, het onderhoud aan de sloot, de zwerm groene papagaaien die al twee jaar de oogst die er nog aan zat vernielden, en bovendien de aandrang om de lier eens te proberen, kortom, het werd tijd om de veel geroemde trekkracht van de lier eens uit te proberen. Nu staan bomen in de grond met onder de oppervlakte een wortelgestel dat vergelijkbaar is met wat er boven de grond aan takken op staat. De eerste appelboom die werd aangekoppeld aan de lier ging dan wel plat tegen de grond, maar bleef rotsvast aan de aarde vast zitten. Dan maar even niet lieren, en in de eerste versnelling lage gearing trekken. Met een knal schoot de ingevlochten verbinding tussen de trekhaak en de staalkabel los. Het rafelige eind hing doelloos uit de muil, zoals het handboek DAF YA328 het meer op een anus gelijkende gat noemt. Goede raad was niet duur, ergens in een bakje van de voorraadkast wist ik nog een aantal groot formaat staaldraadklemmen te liggen en dat leek me beter dan het opnieuw invlechten van de zeven dikke aders van de staaldraad. Vier keurig passende kiezen, zoals mijn zeevarende broer de dingen noemde, waren ruim voldoende om alles op zijn plaats te houden. Bovendien pastte ze ruim door het ronde gat , de muil dus, zonder obstructie of haperingen. De volgende boom werd voor alle zekerheid eerst wat van de zichtbare dikke wortels ontdaan en daarna kwam hij er uit als een zere kies bij een ouderwetse tandarts.Wordt vervolgd.
J++
Zaterdag, 10 januari 2009 om 23:28
De WP40 maakt veel los, maar repareert niets. Er zat dan ook niets anders op om het pompje van de persluchtleiding los te koppelen om te zien waar de fout zat.Dat was zo te zien de laatste dertig jaar niet gebeurt, dus het zat nog al vast. Toen het pompje met toebehoren er eindelijk af was, werd duidelijk waarom het niet werkte. Het zat onder het reservoirtje namelijk helemaal vol met prut en aankoeksel. Het hele binnenwerk was aan elkaar gerot. Daar moest de WP40 uitkomst in brengen, en zoals verwacht was de koekebak na twee dagen inweken al aardig opgelost. Het zuigertje zat weer los, en na wat prutsen kwam het borgringetje los en de hele boel viel uit elkaar. Met wat poetsen en schuren waren de meeste onderdelen weer goed bruikbaar,maar de rubberen klep was lelijk ingevreten. Omdat een nieuwe niet direct voorhanden was, werd de platte rubberen schijf met watervast schuurpapier voorzichtig nat afgeschuurt. Het resultaat was prima,en het hele ding werd voorspoedig in elkaar gezet.En ook een Westlands vlaggetje op de bumper gezet, waarvoor een bezemsteel werd opgeofferd. Een gordijnknop van de Gamma maakte er een echte vlaggestok van. Na het monteren meteen een proefrit naar Hoek van Holland gemaakt, want je moet je zelf zo nu en dan belonen voor het vuile werk. Wordt vervolgd.
J++
De WP40 maakt veel los, maar repareert niets. Er zat dan ook niets anders op om het pompje van de persluchtleiding los te koppelen om te zien waar de fout zat.Dat was zo te zien de laatste dertig jaar niet gebeurt, dus het zat nog al vast. Toen het pompje met toebehoren er eindelijk af was, werd duidelijk waarom het niet werkte. Het zat onder het reservoirtje namelijk helemaal vol met prut en aankoeksel. Het hele binnenwerk was aan elkaar gerot. Daar moest de WP40 uitkomst in brengen, en zoals verwacht was de koekebak na twee dagen inweken al aardig opgelost. Het zuigertje zat weer los, en na wat prutsen kwam het borgringetje los en de hele boel viel uit elkaar. Met wat poetsen en schuren waren de meeste onderdelen weer goed bruikbaar,maar de rubberen klep was lelijk ingevreten. Omdat een nieuwe niet direct voorhanden was, werd de platte rubberen schijf met watervast schuurpapier voorzichtig nat afgeschuurt. Het resultaat was prima,en het hele ding werd voorspoedig in elkaar gezet.En ook een Westlands vlaggetje op de bumper gezet, waarvoor een bezemsteel werd opgeofferd. Een gordijnknop van de Gamma maakte er een echte vlaggestok van. Na het monteren meteen een proefrit naar Hoek van Holland gemaakt, want je moet je zelf zo nu en dan belonen voor het vuile werk. Wordt vervolgd.
J++
Dinsdag, 30 december 2008 om 19:27
Tijdens de reparatie van de remmen werden uiteraard ook meteen de wormkasten op oliestand gecontroleerd. Links midden had veel te weinig olie, en dat kwam omdat de keerring lek was, en dus de wormkastolie de remtrommel in liep. Dat was een vette boel geworden, maar remschijfreiniger lost alles op.Een nieuwe keerring was gewoon te koop bij de plaatselijke vrachtwagenonderdelenwinkelVoor 17 Euro incl, btw was hij weer helemaal oliedicht.
Eindelijk was het zo ver dat er een ritje kon worden gemaakt. Hoofdschakelaar er in, choke open, contact aan en de startknop werd ingedrukt. Alles werkte zoals de maker het bedoeld had in 1956.De piep van de remlucht krijste in je oren, de startmotor karde lekker rond en met een fraaie brul sloeg de motor aan. De compressor dubdubdubde de remlucht naar de zes bar, en met een luide sisssss ging de veiligheid open. Nu in de versnelling en met een vaartje van tien kilometer per uur voorzichtig de remmen proberen. Met een bokkige ruk stond de DAF in één keer stil. Nu wat sneller, en de remmen werkten nu goed. Mooie pedaalstand, geen blokkades, dus de reparatie was prima geslaagd.Wat niet werkte was het antivriespompje. Er zat niets in, en het pompje ging niet heen of weer. Dus eerst maar eens flink in de WP40 gezet, en een paar nachtjes wachten.Volgende keer meer.
J++
Tijdens de reparatie van de remmen werden uiteraard ook meteen de wormkasten op oliestand gecontroleerd. Links midden had veel te weinig olie, en dat kwam omdat de keerring lek was, en dus de wormkastolie de remtrommel in liep. Dat was een vette boel geworden, maar remschijfreiniger lost alles op.Een nieuwe keerring was gewoon te koop bij de plaatselijke vrachtwagenonderdelenwinkelVoor 17 Euro incl, btw was hij weer helemaal oliedicht.
Eindelijk was het zo ver dat er een ritje kon worden gemaakt. Hoofdschakelaar er in, choke open, contact aan en de startknop werd ingedrukt. Alles werkte zoals de maker het bedoeld had in 1956.De piep van de remlucht krijste in je oren, de startmotor karde lekker rond en met een fraaie brul sloeg de motor aan. De compressor dubdubdubde de remlucht naar de zes bar, en met een luide sisssss ging de veiligheid open. Nu in de versnelling en met een vaartje van tien kilometer per uur voorzichtig de remmen proberen. Met een bokkige ruk stond de DAF in één keer stil. Nu wat sneller, en de remmen werkten nu goed. Mooie pedaalstand, geen blokkades, dus de reparatie was prima geslaagd.Wat niet werkte was het antivriespompje. Er zat niets in, en het pompje ging niet heen of weer. Dus eerst maar eens flink in de WP40 gezet, en een paar nachtjes wachten.Volgende keer meer.
J++
vrijdag, 31 oktober 2008 om 18:46
Hadden de achterwielen elk slechts één wielremcilinder, de voorwielen blijken er twee achter de trommel te herbergen. Het linkervoorwiel had zo te zien al in geen jaren meer geremd, maar kwam wel vlot los. Het rechterwiel was in het verleden wel eens los gemaakt, maar daar was één van de vier bouten van de voorste wielremcilinder scheef ingedraaid, dus daar was de binnendraad weg toen de bout er eindelijk uit kwam. Een nieuwe draad intappen was voor rekening man, gelukkig deed broer Geert het gratis, nou ja, flesje wijn.Deze tegenslag kostte veel tijd, maar aan de voorwielen zitten losse remtrommels en hoeven de lagers er niet af. Dat scheelt weer tijd in het voordeel.Morgen de laatste cilinders monteren, en dan kan aan het afstellen worden begonnen. En misschien de hoofdremcilinder nog reviseren, mocht dat nodig zijn. U hoort nog van ons.
J++
Hadden de achterwielen elk slechts één wielremcilinder, de voorwielen blijken er twee achter de trommel te herbergen. Het linkervoorwiel had zo te zien al in geen jaren meer geremd, maar kwam wel vlot los. Het rechterwiel was in het verleden wel eens los gemaakt, maar daar was één van de vier bouten van de voorste wielremcilinder scheef ingedraaid, dus daar was de binnendraad weg toen de bout er eindelijk uit kwam. Een nieuwe draad intappen was voor rekening man, gelukkig deed broer Geert het gratis, nou ja, flesje wijn.Deze tegenslag kostte veel tijd, maar aan de voorwielen zitten losse remtrommels en hoeven de lagers er niet af. Dat scheelt weer tijd in het voordeel.Morgen de laatste cilinders monteren, en dan kan aan het afstellen worden begonnen. En misschien de hoofdremcilinder nog reviseren, mocht dat nodig zijn. U hoort nog van ons.
J++
DIKKE DAF
Nog drie wielen te gaan.Wielremcilinder nummer drie zat van binnen muurvast. Dit in tegenstelling tot de remschoenen in de remtrommel, die gleden heerlijk door de olie die door de keerring uit de wormkast was gelekt. Toch weer helemaal netjes gekregen.
J++
J++
DIKKE DAF
dinsdag, 21 oktober 2008 om 23:18
Na de aankoop van de YA 328 en de thuisrit van een paar weken geleden waren er toch een paar dingen die dringend aandacht nodig hadden alvorens weer op pad te gaan. Allereerst was daar het vastlopen van de remmen, nogal vervelend op de ring Rotterdam op vrijdagmiddag. De vrachtwagens gieren voorbij met een tussenafstand van dertig meter,en toen de boel was afgekoeld was het invoegen bijna onmogelijk. De acceleratie van een dikke Daf is nu eenmaal niet geweldig. Gelukkig kwam er een meneer van Rijkswaterstaat die ons weer op weg hielp.Navragen bij verschillende deskundigen leidden tot het idee dat het wel eens de wielremcilinders zouden kunnen zijn. Begin deze week dus een wiel gedemonteerd en een vastgerotte wielremcilinder aangetroffen.Vandaag de halve middag les gehad van een remmenman om dit weer te restaureren, en het eerste wiel zit er inmiddels weer aan. Nog vijf te gaan, dan het hele systeem nog schoonmaken en hopen dat de hoofdremcilinder geen gebreken vertoont.Maar een Daf van 52 jaar is niet nieuw, en wie niet wil sleutelen moet gewoon een nieuwe Toyota Corolla kopen. De komende week zal dus nog niet gereden worden.U hoort nog van ons.J++
Na de aankoop van de YA 328 en de thuisrit van een paar weken geleden waren er toch een paar dingen die dringend aandacht nodig hadden alvorens weer op pad te gaan. Allereerst was daar het vastlopen van de remmen, nogal vervelend op de ring Rotterdam op vrijdagmiddag. De vrachtwagens gieren voorbij met een tussenafstand van dertig meter,en toen de boel was afgekoeld was het invoegen bijna onmogelijk. De acceleratie van een dikke Daf is nu eenmaal niet geweldig. Gelukkig kwam er een meneer van Rijkswaterstaat die ons weer op weg hielp.Navragen bij verschillende deskundigen leidden tot het idee dat het wel eens de wielremcilinders zouden kunnen zijn. Begin deze week dus een wiel gedemonteerd en een vastgerotte wielremcilinder aangetroffen.Vandaag de halve middag les gehad van een remmenman om dit weer te restaureren, en het eerste wiel zit er inmiddels weer aan. Nog vijf te gaan, dan het hele systeem nog schoonmaken en hopen dat de hoofdremcilinder geen gebreken vertoont.Maar een Daf van 52 jaar is niet nieuw, en wie niet wil sleutelen moet gewoon een nieuwe Toyota Corolla kopen. De komende week zal dus nog niet gereden worden.U hoort nog van ons.J++
Abonneren op:
Posts (Atom)
