Vrijdag, 16 januari 2009 om 22:08
Nu het voertuig rijvaardig was werd het tijd voor wat nuttige arbeid. Er stond een rijtje van zes peren-en appelenbomen van zo'n veertig jaar oud langs de slootkant, en vanwege de afgenomen productie, het onderhoud aan de sloot, de zwerm groene papagaaien die al twee jaar de oogst die er nog aan zat vernielden, en bovendien de aandrang om de lier eens te proberen, kortom, het werd tijd om de veel geroemde trekkracht van de lier eens uit te proberen. Nu staan bomen in de grond met onder de oppervlakte een wortelgestel dat vergelijkbaar is met wat er boven de grond aan takken op staat. De eerste appelboom die werd aangekoppeld aan de lier ging dan wel plat tegen de grond, maar bleef rotsvast aan de aarde vast zitten. Dan maar even niet lieren, en in de eerste versnelling lage gearing trekken. Met een knal schoot de ingevlochten verbinding tussen de trekhaak en de staalkabel los. Het rafelige eind hing doelloos uit de muil, zoals het handboek DAF YA328 het meer op een anus gelijkende gat noemt. Goede raad was niet duur, ergens in een bakje van de voorraadkast wist ik nog een aantal groot formaat staaldraadklemmen te liggen en dat leek me beter dan het opnieuw invlechten van de zeven dikke aders van de staaldraad. Vier keurig passende kiezen, zoals mijn zeevarende broer de dingen noemde, waren ruim voldoende om alles op zijn plaats te houden. Bovendien pastte ze ruim door het ronde gat , de muil dus, zonder obstructie of haperingen. De volgende boom werd voor alle zekerheid eerst wat van de zichtbare dikke wortels ontdaan en daarna kwam hij er uit als een zere kies bij een ouderwetse tandarts.Wordt vervolgd.
J++
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten