Omdat de volgende morgen het zandhappen op het programma stond, en ook omdat de vorige nacht niet al te veel van slapen was gekomen, bovendien door de ruim uitgereikte consumptiebonnen die in rode wijn waren veranderd, kroop ik die nacht al op tijd in de slaapzak. En al snel was ik in dromenland, totdat een hevig geroffel me wakker maakte.Het regende, en niet zo'n klein beetje ook! Hier en daar druppelde het door het zware zeil van de Daf heen, maar met zoveel regen viel het lekken best mee. Neef Nico, in zn sheltertje van acht Euro bij de Gamma, bleef stil liggen. Ik niet, ik moest nodig. Maar ik wilde niet door die stortbui, al was het toiletgebouw heus niet zo ver. Na een half uurtje wachten was er niet veel veranderd en moest ik omzien naar alternatieve oplossingen. De wijnfles, gisteravond nog een glaasje genomen op de mooie avond, stond nog halfvol, dat was zonde. De fles Spa rood stond buiten op het tafeltje, onbereikbaar. Dan maar de broodjes uit de plastic zak gehaald en, en een zucht van verlossing ontsnapte me toen het plastic zakje vol liep. Gelukkig was het goed waterdicht. Zo kon ik er weer een heel poosje tegen en ik kroop gauw in mn slaapzak. Toen ik weer wakker werd kwam dat door neef Nico, die door een overgelopen grondzeiltje ineens een heel koude rug kreeg. Hij grabbelde z'n spullen bij elkaar, smeet de weekendtas in de grote kist achter op zijn blauwe Daf zandwagen en de tent in de grofvuilcontainer en verdween met rokende dieselmotor naar 'sGravenzande.
Het regende nog steeds. Het was klef in de laadbak van de Daf, maar alles was beter dan naar buiten te gaan. Naast me begonnen de buren in te pakken, maar ik bedacht dat ik net zo lang zou blijven liggen totdat het buiten droog was. Toen ik weer wakker werd was het tikken op het zeil opgehouden. Ik had geen raaf of duif bij me, dus klom zelf ik de Daf uit en er stond in tien centimeter water op de parkeerplaats. Zo te zien zou het zandhappen niet door gaan. Om me heen was iedereen al naar huis. De thuisrit kon dus beginnen.
Hoewel we de dag er voor door half Zeeuws Vlaanderen waren getoerd, sloeg ik subiet verkeert af en na een kwartiertje was ik in Belgie.
Toch maar gekeerd en ter hoogte van Groede kwam de dikke Daf waar ik de dag er voor de hele rit achter had gereden, net van het Groene Podium waar het waterhappen had plaatsgevonden. Samen reden we de tunnel door, hij voor, ik achter. Ronkend naar beneden en nog harder ronkend weer omhoog, waar ik hem bij de betaalhokjes kwijtraakte. Tot ziens, collega!
Of mijn voorganger goed is thuisgekomen weet ik niet.
Mijn Daf, bouwjaar 1956, deed geen slag verkeerd en zo kunnen we terugzien op een prachtige, honderd procent geslaagde Papvretersrit!
Jenne de Haan
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten