maandag 15 juni 2009

Papvretersrit (2)

Nog wat onwennig reden we de pont van Maassluis op die vrijdagmiddag. Het was mooi weer, de raampjes naar beneden zodat de frisse wind door de cabine waaide. Met volle tanks en 150 kilometer voor de boeg reden de twee oude Daf's richting Ouddorp, en verder naar Neeltje Jans, dan naar Goes en dan zou de Westerscheldetunnel in zicht moeten komen.
Toen we Bergen op zoom op twintig kilometer genaderd waren, wisten we dat we verkeerd gereden hadden. Bij Krabbendijke keerden we weer om, en zo werd de afstand Monster-Groede opeens vijftig kilometer meer.
De tunnel was een ervaring, 6600 meter met een leuke helling aan het einde. Terug naar de vierde versnelling was voldoende, gelukkig is het een tweebaanstunnel zodat de rest van het verkeer ons kon passeren.
Daarna was het koers West tot aan ongeveer de Noordzee. Groede is een dorp met nogal nauwe straatjes en veel horeca. En met nauw bedoel ik echt nauw. Direct bij de eerste aanzet om op het dorpsplein, waar alle activiteiten plaats zouden vinden te komen, liepen we al vast in het steegje dat op het plein uitkwam. Uiteindelijk zaten we toch wat later aan een goed glas Zeeuws bier.Het hele plein stond vol met groene auto's, wij kregen een enveloppe met consumptiebonnen en een adres van de camping waar we zouden slapen: Zonneweelde. Ik hoopte dat deze haar naam eer aan zou doen.
Neef Nico verkoos te slapen in een tent die hij die week bij de Gamma had gekocht voor acht Euro, inclusief grondzeil en haringen. Ik maakte in de laadbak van de Daf een riante slaapplaats (dacht ik) door een van broertje geleend veldbed op te zetten. We aten in Restaurant de vijf Weeghen, want koken moet je laten doen door een kok.
Die nacht werd ik wakker om een uur of drie. Het was koud, verrot koud! De slaapzak die ik had meegenomen was van inferieure kwaliteit, honderd procent Chinese nylon, en veel te dun. Gelukkig had ik er twee meegenomen, maar de tweede was ik al weer na een half uur kwijt door de gladde structuur van de stof. Ik werd weer wakker van de kou, en dus weer naar het toiletgebouw in mn onderbroek. Rillend rolde ik me in de twee slaapzakken, maar kwam niet meer in slaap vanwege de twee aluminium zijkanten van het veldbed die aan weerszijden in mn ribben staken. Al vroeg, bij het ochtendgloren, ging ik douchen. Dat was ook anders als thuis, met als bonus de volgende dag een schimmelteen. Maar de dag was begonnen, en om half tien werden de motoren gestart voor de papvretersrit door Zeeuws Vlaanderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten